Wanneer je gedachten alle kanten op schieten, is je adem het enige wat altijd binnen handbereik blijft. Je hoeft er niets voor mee te nemen en je kunt er op elk moment van de dag naar terugkeren. Juist daarom is de ademhaling zo’n betrouwbaar anker bij innerlijke onrust.
Waarom de adem werkt
Bij spanning gaan we vaak hoog en oppervlakkig ademen, ergens hoog in de borst. Dat houdt het lichaam in een staat van alertheid. Door bewust trager en lager te gaan ademen, geef je je zenuwstelsel een signaal dat er geen gevaar is. De hartslag zakt, de spieren ontspannen en je hoofd krijgt weer ruimte.
Een eenvoudige oefening
Ga rustig zitten en leg een hand op je buik. Adem in door je neus en laat je buik zachtjes opbollen. Adem daarna langzaam uit, iets langer dan je inademde. Het verlengen van de uitademing is de kern: dat is het moment waarop je lichaam tot rust komt.
- Adem vier tellen in door je neus.
- Laat de adem even hangen, zonder te forceren.
- Adem zes tellen uit door je mond of neus.
- Herhaal dit ongeveer tien keer.
Merk je dat je gedachten afdwalen? Dat is volkomen normaal en hoort erbij. Breng je aandacht zonder oordeel terug naar de volgende ademhaling. Het afdwalen en terugkeren is niet een fout in de oefening, het is de oefening.
Het mooie is dat je dit overal kunt doen: in de wachtkamer, voor een lastig gesprek of ‘s avonds in bed. Je hebt geen kussen, app of stilte nodig. Na een paar weken merken veel mensen dat ze de adem vanzelf opzoeken zodra de spanning oploopt. Zo wordt een korte oefening langzaam een vast houvast in je dag.